|
HUMORISTISCHE
DEFINITIES VAN WOORDEN
AALMOEZENIER: militair geestelijke, getraind in
schietgebeden; is meestal zo glad als een aal.
AAP: dier dat altijd pech heeft, doordat het op
de mens lijkt.
ABORTUS: kinder-lijk.
ADAM: Gods vingeroefening vóór hij Eva ontwierp.
ACTEUR: iemand die alleen zichzelf is als hij
iemand anders voorstelt.
ANTILOOP: middel tegen diarree
ANAALFABEET: debuterende homofiel.
AUTO: paardenkracht toevertrouwd aan ezels.
|