 |
.
HOOFDRUBRIEKEN |
|
|
.
.
.
|
|
de Nederlandse
literaire wereld enige belangstelling in mij
vertoond. Ik haal ze enkel uit de schelp van
onze persoonlijke leefsfeer om te
il-lustreren wat het Woord met een mens kan
doen. Het zijn maar een paar
eenvoudige, als vloeibaar goud in een mal
van drijfzand gegoten woorden. Vluchtig en
vervluchtend. Enkele kleine zinnetjes tussen
de ontelbare enorme krantenkoppen van het
leven. Doch, ze hebben mij verblijd. Ze
hebben mijn bewogen dag goed gemaakt. Ze
hebben een straaltje zonneschijn gebracht in
een kraterveld waar de geur van afge-storven
dromen en gebroken vleugels alle andere
geuren overstemt. Maar ze hebben mij vooral
één ding nog duidelijker gemaakt dan ooit:
dat het Woord een heel krachtig wapen is,
maar tegelijk het meest helende medicijn.
Het woord kan ons psychisch diep verwonden
en zelfs ver-moorden; het kan ons
teleurstellen of ontmoedigen en zelfs van
ons een wrak maken. Maar het kan ons ook tot
in de diepste kern van een zeld-zame bloem
brengen, ons naar het middelpunt van de zon
laten zweven zonder dat we opbranden. Het
kan ons mooier maken dan we zijn, ons een
glans verschaffen waar geen vernislaag toe
in staat is.
Niet de brute soldaat die niets ontziend
zijn wapen op je voorhoofd richt is de
gevaarlijkste. Niet de chirurg die met een
geduldige precisie een tumor verwijderd is
de meest helende. Niet de metser die de
laatste ........
|
|
|
|