|
.
"Papa, ik heb een vriendje!"
(01)
.
Het moet nu zowat tien jaar geleden zijn dat
mijn dochter mij met een op-merkelijke glans
in haar ogen één van haar tot dan toe
grootste geheimpjes toevertrouwde: "Papa, ik
heb een vriendje!"
Ik bekeek mijn kleine meid met opgetrokken
wenkbrauwen en voelde een guitige
vertedering in mij naar binnen vloeien. Ze
was pas tien en leek nog meer op een
pluimgewichtje dat achter moeders rokken
dwarrelt, dan op een meisje dat rijp genoeg
is om er al een vriendje op na te houden.
In haar grote ogen schitterde echter al een
smeulend vuur waarin een ab-stract pitje te
zien was, dat er op wees dat ze nu toch
stilaan het stadium naderde waarin een
kikkervisje evolueert tot een kleine kikker.
En met dat ‘vriendje' bedoelde ze uiteraard
ook nog niet het soort vriend waar
zestien-jarige vroegbloeiers hun eerste duik
in het amoureuze moeras mee onder-gaan.
Het knulletje dat haar vriendje moest
voorstellen leek trouwens nog zo een beetje
op een in lengte uitgetrokken kleuter. Hij
was een halve kop kleiner dan mijn oogappel
en zijn linkermouw hing vol met snot.
Ik glimlachte zoals een vader glimlacht
wanneer hij tot de vaststelling komt dat er
in zijn kind gevoelens aan het ontwikkelen
zijn waarin ma en pa niet meer de hoofdrol
spelen. Ik wenste mijn kleine
hartenbreekster veel geluk met haar vriendje
en keek hen glimlachend na toen ze hand in
hand en krijsend van kindergeluk achter de
speelbal aanliepen, die ik in een vlaag van
gezonde vaderlijke jaloezie een trap had
gegeven.
|